Tot 1991 werd in De Kandelaar gebruik gemaakt van een Johannusorgel. Orgelbouwer Leeflang bouwde in 1991 een nieuw orgel in het kerkgebouw.

De dispositie van het Leeflang-orgel (1991) is:

Hoofdwerk (C-g3) :

Bourdon 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Octaaf 2
Mixtuur 4-5 st.
Cornet 5 st.
Trompet 8
Nevenwerk (C-g3):

Holpijp 8
Gemshoorn 4
Nasard 2 2/3
Fluit 2
Terts 1 3/5
Pedaal (C-f1):

Subbas 16
Fagot 16

Speelhulpen:

3 koppels
Tremulant

 

Er is ook een register aanwezig op het orgel, dat heet: Cauda 1 vt. Dit is een grapje van de orgelbouwer. Trekt men dit register open, dan valt er een staart (cauda is Latijn voor staart) ter grootte van een voet uit een luikje net boven het klavier. Een onvoorbereide organist komt voor verrassingen te staan.