Wat: Middagdienst
Wanneer: Zondag 16 september
Tijd: 17:00
Voorganger J.B. Wilmink
Liturgie:
  • VOTUM en; GROET
  • DNP (DE NIEUWE PSALMBERIJMING) Psalm 32: 1 en 2

 

1. Gelukkig wie Gods vrijspraak heeft gekregen,
zodat zijn zware zonden niet meer wegen.
Gelukkig wie ervaart dat God vergeeft,
wie in het licht van zijn genade leeft.
Wat ik verkeerd deed, bleef om aandacht vragen.
Voortdurend voelde ik het aan mij knagen.
Terwijl ik zweeg zat God mij op de huid.
Ik kwijnde weg, mijn botten droogden uit.

2. Toen ik het niet meer volhield in mijn zonden
beleed ik alles. Ik zei onomwonden:
‘Mijn overtreding, HEER, beschuldigt mij’ -
en toen vergaf U graag, U sprak mij vrij!
Daarom zal wie oprecht is U aanbidden.
U laat zich vinden, HEER – dus zelfs te midden
van storm en tegenstroom ben ik niet bang:
U bent rondom mij met een jubelzang.

 

  • Gebed
  • Schriftlezing: Leviticus 16
  • GK Psalm 103 : 1 - 4
  • Preek over LEVITICUS 16 : 20-22
  • Geloofsbelijdenis (staande gezongen)
  • HH (bundel Hemelhoog) 523 (op mel. LvdK Gez 293) 

 

1.Ik geloof in God de Vader
die een bron van vreugde is,
louter goedheid en genade,
licht in onze duisternis.
Hij, de Koning van de kosmos,
het gesternte zingt zijn eer
heeft uit liefde mij geschapen
en tot liefde keer ik weer.


2. Ik geloof in Jezus Christus
die voor ons ter wereld kwam.
Zoon van God en Zoon des Mensen
goede Herder, Offerlam.

Door te lijden en te sterven
groot is het geheimenis
schenkt Hij mij het eeuwig leven,
dat uit God en tot God is.

3. Ik geloof dat mijn Verlosser
door de dood is heengegaan
en op Pasen, God zij glorie,
uit het graf is opgestaan.
Door het brood - dit is mijn lichaam -
door de wijn - dit is mijn bloed -
geeft de Vredevorst mij vrede,
maakt Hij alle dingen goed.

  • Dankgebed en voorbeden
  • Slotzang: Overnodig 15

 

1   Daar gaat een lam, het draagt de schuld
van heden en verleden;
het boet in eindeloos geduld
voor al wat wij misdeden.
Daar gaat het en het wordt niet moe,
stil gaat het naar de slachtbank toe -
nergens een groene weide.
Smaad neemt het op zich, hoon en spot,
Waar is je herder waar je God,
en waarom al dit lijden?

2   Zolang ik leef, van wieg tot graf,
Wil ik uw dood gedenken -
de liefde, die U aan mij gaf,
als offer wederschenken.
U bent mijn lamp, mijn levenslicht,
en drukt de dood mijn ogen dicht,
dan nog bent U mijn leven.
Niets houdt mij meer in mijn beheer,
In uw hand heb ik alles, Heer,
eens en voorgoed gegeven.

  • Zegen
  • Amen