Muziekprofiel van de Gereformeerde Kerk van Amersfoort-Centrum

… en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft.

Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer.

Ef. 5:19

… zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God

en liederen die de Geest u vol genade ingeeft.

Kol.3:16

 

 a. Keuze in verscheidenheid

De liederen in de kerkdiensten worden meestal gekozen uit het Gereformeerd Kerkboek en uit het Liedboek – Zingen en bidden in huis en kerk (hierna aangeduid als het Liedboek). Geen enkel lied of liedbundel is evenwel bij voorbaat uitgesloten bij de keuze van de liederen voor onze kerkdiensten. Ook voor opwekkingsliederen is plaats in de liturgie (zie bijlage 1), evenals voor meditatieve liederen als van in Taizé (b.v. Liedboek 598 ”Als alles duister is?”, 681 “Veni Sancte Spiritus” (4 stemmig?), 698 “Zend uw Geest” …) De bundel Hemelhoog (opvolger van de Evangelische Liedbundel) verdient bijzondere aandacht, omdat die qua spiritualiteit dichter bij ons lijkt te staan dan het Liedboek. Bij voorkeur worden in één dienst meer dan één soort liederen gezongen.

 

b. Criteria bij de keuze

We hebben de beschikking over liederen uit allerlei tradities, waarvan geen categorie of genre bij voorbaat wordt uitgesloten. Uiteraard willen we geen onbijbelse teksten zingen en is er vaak ook wel iets te zeggen over de literaire en muzikale kwaliteit van een lied. Maar ‘goede’ en ‘slechte’ liederen zijn te vinden binnen de meeste liedstijlen. Daarbij zullen de volgende criteria worden gehanteerd:

* het lied heeft een logische plek in de liturgie

* het lied heeft een Bijbels zinnige en verantwoorde tekst

* het lied is te begeleiden met de beschikbare instrumenten door de beschikbare personen

* als we het lied met de hele gemeente willen uitvoeren, heeft het een melodie die daarvoor geschikt is. Bij medewerking van solozangers of koor zijn er meer mogelijkheden. Daartoe behoort ook het zingen van Psalmen met antifonen (bv. Liedboek 668 bij Psalm 68)

 

c. Liedlijst

Om te voorkomen dat te vaak dezelfde liederen worden opgegeven, stellen de organisten in samenwerking met de beide predikanten een liedlijst samen, waarop een openingslied en een slotlied en in elk geval het schoollied worden opgenomen. De liedlijst wordt tevens gebruikt om enige sturing te geven aan het kennismaken met het nieuwe Liedboek. Ook geeft de lijst de mogelijkheid om een dienst muzikaal voor te bereiden, omdat de lijst aan het begin van het seizoen al bekend is. Aan voorgangers wordt verzocht zich aan deze lijst te houden, tenzij er een goede reden is voor afwijking.

 

d. Verantwoordelijkheid

De liturgie voor de meeste kerkdiensten wordt door de voorganger voorbereid. De musici Tom Bartelds, Peter Sneep of Harry van Wijk spelen dan orgel en piano, en voeren in de regel zijn liedkeuze uit.

De dienstdoende musicus kan echter aangeven, op basis van één of meer van de vier criteria bij b, dat een bepaald lied niet geschikt of haalbaar is. Dat moet door de (gast)voorgangers serieus worden genomen.

Als het niet haalbaar zou zijn doordat de dienstdoende musicus het lied niet kan spelen, zal hij eerst nagaan of een ander het lied wel kan spelen.

De drie genoemde musici zijn altijd bereid om vooraf mee te denken in de liedkeuze.

Er zijn ook kerkdiensten waarin anderen ook een rol hebben in de liedkeuze (kerkmusicus bij diensten waarin de zang- en speelgroepen meewerken, doopouders, belijdeniscatechisanten, themadiensten, jongerendiensten enz.). Hierbij wordt de keuze in onderling overleg gemaakt, met inachtneming van de criteria genoemd onder punt b.

De uiteindelijke verantwoordelijkheid berust bij de kerkenraad. Die oefent deze uit door het vaststellen van dit muziekprofiel en overigens alleen achteraf.

 

De zakelijke inhoud van de punten a t/m d wordt opgenomen in de instructie voor de gastpredikanten.

 

e. Gebruik van het nieuwe Liedboek

1. Psalmen ­–Het zingen van Psalmen hoeft niet beperkt te blijven tot de berijmingen op de Geneefse melodieën. De versies in het Liedboek onder de nummers 1 t/m 150 gevolgd door een letter, zijn in beginsel gelijkwaardige vormen van psalmzang. Dat geldt overigens ook voor moderne berijmingen op de klassieke melodieën.

2. Evensong –In het Liedboek staan veel liederen en liturgische teksten voor een Evensong. Het verdient aanbeveling maandelijks (b.v. de laatste zondag van de maand) de middagdienst volgens de liturgie van de Evensong in te richten. Bij het opstellen van het preekrooster zou hiermee rekening moeten worden gehouden.

3. Ordinarium – In (o.a.) het Liedboek staan ook liederen waarmee we een Ordinarium-liturgie kunnen samenstellen (299 a t/m k). Het verdient aanbeveling stapsgewijs en met goede voorlichting aan de gemeente ook met enige regelmaat een middagdienst samen te stellen volgens deze Ordinarium-liturgie.

Met de voornemens onder 2 en 3 bereiken we dat de middagdienst een ander karakter krijgt dan de morgendienst. In een tijd waarin het bezoeken, en dus het nut, van de middagdienst onder druk staat, is dat een goede zaak.

4. Kinderliederen – In de liturgie is ook plaats voor liederen op het niveau van kinderen. Het zou af en toe een plaats kunnen hebben voordat kinderen naar de Bijbelklas gaan, of ze kunnen het in de Bijbelklas aanleren en dan zingen na terugkomst. In het Gereformeerd Kerkboek  en in de Lijst van deputaten (2008) staan nog diverse dergelijke liedjes, maar het is de vraag of de kinderen van nu die nog kennen. In het Liedboek staan eenvoudige liederen, die beelden oproepen, soms ook een glimlach (b.v. 288 “Goedemorgen welkom allemaal”). Zijn dat de nieuwe kinderliederen misschien? Voor een goede keuze zal Tineke Bartelds de predikanten op de hoogte houden van de kinderliederen die worden geleerd op De Regenboog.

5. Anders spreken over of tot God –Accepteren we de pluriformiteit van God aanspreken met ”U” en “Gij” en “Jij”? Accepteren we een “Zij”-woord bij de Heilige Geest (b.v. 676 “De wind, wij zien hem niet”)? Theologisch is dit te verantwoorden (in het Hebreeuws is Ruach (Geest) vrouwelijk). Maar de gemeente is dit niet gewend. Dit kan slechts bij uitzondering in wijsheid (bv. na een preek over Jes. 66:13, als de preek daarop heeft voorbereid).